Het geheime overleven van Jezus Christus

Wat weten we over Jezus?

Over Jezus van Nazareth, of Jezus Christus, is weinig met zekerheid bekend. De meeste informatie komt uit christelijke bron, en is te vinden in teksten met een groot mirakelgehalte.

Toch lijkt het aannemelijk dat er een Jezus bestaan heeft, die rond het jaar 30 in Jerusalem werd veroordeeld tot de kruisdood. De eerste christenen leefden daar in die tijd, en kunnen die publieke gebeurtenis moeilijk uit hun duim gezogen hebben.

Wat volgt is niet bewezen. Het is in de eerste plaats een afgerond verhaal. Zo zou het kunnen gegaan zijn.

Dood en verrijzenis

Jezus was een rondtrekkende leraar. Zijn leer werd niet geappreciëerd door de dominerende strekkingen in de joodse godsdienst, en daarom wou het Sanhedrin, de hoogste joodse raad, hem uitschakelen. Het Sanhedrin was echter niet bevoegd voor het uitspreken van de doodstraf. Daarom werd Pontius Pilatus, de Romeinse bestuurder van het gebied, onder druk gezet om tegen zijn zin Jezus te veroordelen tot het kruis.

De kruisiging gebeurde op een vrijdag. Het uur verschilt naargelang het evangelie. Feit is dat bij zonsondergang de sabbat zou beginnen, de dag waarop joden niet mogen werken, en men wou onder geen beding de lijken een hele dag laten hangen.

Jozef van Arimathea, lid van het Sanhedrin maar in het geheim ook aanhanger van Jezus, gaat naar Pilatus om te vragen of hij het lijk mag hebben. Hij heeft een graf in de omgeving dat nog ongebruikt is, en daar kan Jezus voorlopig in gelegd worden. Wat er werkelijk met Pilatus besproken is, zullen we nooit weten. We weten alleen dat soldaten van Pilatus voor de lijkafneming de benen braken van de twee die samen met Jezus gekruisigd waren. Dat is een klassieke techniek om de dood van een gekruisigde te versnellen: als hij alleen nog aan de bijna horizontale armen hangt, sterft hij in een paar minuten door verstikking. Van Jezus braken ze de benen niet. Hij werd losgemaakt, in doeken gewikkeld, en in het graf gelegd.

De zoon van God

Jezus bleef nog een paar weken ondergedoken in de zijn thuisstreek Galilea. Terwijl hij herstelde van zijn wonden, besprak hij met zijn apostelen wat er verder moest gebeuren. Publiek optreden kon niet meer. Als zijn vijanden hem nog eens te pakken kregen, zou hij niet meer ontsnappen. Bovendien boden zijn dood en verrijzenis een unieke gelegenheid om de beweging meer aantrekkingskracht te geven. Het bewijs was nu geleverd dat Jezus niet zomaar een mens was. Hij was de zoon van God, en zijn dood aan het kruis maakte deel uit van een of ander goddelijk plan. Na zijn dood is hij verrezen, maar omdat zijn taak er nu toch op zat, is hij terug naar de hemel gegaan, en zit hij nu aan de rechterhand van de Vader.

Jezus vertrekt uit Palestina, en waarschijnlijk ook uit het Romeinse Rijk. Met de apostelen houdt hij geen contact. De kans is te groot dat hij op die manier ontdekt zou worden. De apostelen zullen het voortaan alleen moeten doen.

De openbaring

Meer dan dertig jaar later laat de leraar toch nog eens van zich horen. Het Boek der Openbaring is volgens de inleiding geschreven door Johannes, die het heeft van Jezus, die het zelf heeft van God.

Normaal is een profetie iets in twee stappen: een profeet ontvangt een boodschap uit een andere wereld, en dezelfde profeet geeft die boodschap door aan de mensheid. Hier zijn er drie stappen: Jezus krijgt een boodschap van God, en Johannes komt ermee naar buiten.

Voor de nog levende apostelen en voor enkele andere kerkleiders is die inleiding niet mis te verstaan: dit is een profetie van de Stichter zelf. Jezus is terug opgedoken, en heeft Johannes gecontacteerd om een tekst van hem te ondertekenen en te verspreiden. In de eerste eeuwen van het Christendom wordt de Openbaring dan ook beschouwd als de belangrijkste tekst van de hele bijbel.

De dood van Jezus

Wanneer hij de Openbaring schrijft, is Jezus ruim 70 jaar. Het is het laatste dat we over hem weten. Als hij niet gestorven is, dan leeft hij nog.

 


Datum waarop deze pagina laatst werd bijgewerkt: 2024-02-23